Dekenale Stadskerk Sint Martinus Weert
klik op de foto voor een vergroting
Sint Martinus vanaf Wilhelminasingel ca. 1950
Sint Martinus vanaf Wilhelminasingel ca. 1950
St Martinustoren vanaf de Langstraat ca. 1950
St Martinustoren vanaf de Langstraat ca. 1950
Martinustoren vanaf de Oelemarkt ca. 1935
Martinustoren vanaf de Oelemarkt ca. 1935
St Martinustoren vanaf de Langstraat ca. 1930
St Martinustoren vanaf de Langstraat ca. 1930
St Martinustoren vanaf de Langstraat ca. 1925
St Martinustoren vanaf de Langstraat ca. 1925
De Martinustoren vanaf de Langstraat ca. 1920
De Martinustoren vanaf de Langstraat ca. 1920
St Martinustoren vanaf de Langstraat jaren 30
De Martinustoren vanaf de Langstraat jaren 30
St Martinustoren vanaf de Beekstraat jaren 20
St Martinustoren vanaf de Beekstraat jaren 20
St Martinustoren vanaf de Beekstraat jaren 20
St Martinustoren vanaf de Beekstraat jaren 20
Nieuwe klok voor de St Martinustoren 1905
Nieuwe klok voor de St Martinustoren 1905
De 'korte' Martinustoren rond 1880
De 'korte' Martinustoren rond 1880
De Sint Martinuskerk in de 19e eeuw
De Sint Martinuskerk in de 19e eeuw

Inleiding

Weert, stad om van te genieten!
Weert (Werta), wordt voor het eerst genoemd in een in 1062 gedateerd document, dat echter waarschijnlijk pas in de 12e eeuw door vervalsing tot stand is gekomen. De benaming Werta betekent 'land omgeven door water en moerassen'. Het huidige Weert is dan ook ontstaan op een uitgestrekte strook grond temidden van water en moeras, aansluitend aan de Peel.
Vandaag de dag vervult Weert voor de regio een centrumfunctie. Met circa 50.000 inwoners is het een van de grotere gemeenten in Limburg. Het moderne winkelcentrum, de recreatieve voorzieningen, de musea, de natuurgebieden en de vele bezienswaardigheden maken Weert tot een verrassende stad.
Eén van de vele monumenten van Weert, zoniet hét monument, is de Dekenale St. Martinuskerk. Met de St. Michaëlskerk in Zwolle is de St. Martinuskerk één van de twee met stenen overwelfde oorspronkelijke hallenkerken in Nederland. Wie de kerk bezoekt zal aangenaam verrast zijn door het schitterende en goed onderhouden interieur en de vele kunstschatten.
Weert heeft in zijn meer dan 900-jarig bestaan een woelige en daarom ook interessante geschiedenis achter zich liggen. Het Dekenaat Weert is na Maastricht en Susteren het oudste Dekanaat van Limburg en heeft dus een rijke historie.
Deze handleiding wil de geinteresseerde lezer informeren over het verleden en heden van één van de monumenten die mede de geschiedenis van Weert hebben bepaald: de Dekenale stadskerk St. Martinus aan de Markt.
De Martinuskerk is mede dankzij zijn 72 meter hoge toren en de daarin geplaatste beiaard een imposant en niet weg te denken gebouw in het hartje van de stad. Ook het interieur en de vele kunstschatten van de kerk zijn beslist de moeite waard. In de Martinuskerk gaan aandacht voor het religieuze én waardevolle kunstvoorwerpen hand in hand. Juist dat maakt deze kerk zo boeiend en interessant.

Historie

De geschiedenis van de Martinuskerk gaat wellicht terug tot de achtste, begin negende eeuw. Het was Karel de Grote die in 779 de kerkenbouw en parochie-indeling voorschreef. Omdat de heilige Martinus in die tijd bij de Frankische adel in deze streken een bijzondere verering genoot, wordt de kerk toegewijd aan deze heilige.
Feitelijk wordt de Martinuskerk voor het eerst genoemd in een waarschijnlijk vervalste oorkonde gedateerd in het jaar 1062. In 1456 worden de huidige priesterkoren en de eerste drie traveeën voltooid. Deze zijn in de kerk duidelijk te herkennen aan de verschillen van de gewelven vooraan bij het priesterkoor.
Door de economische gunstige ontwikkeling van Weert in die tijd, waren de burgers van Weert in staat de kerk steeds meer allure te geven.
Op 21 juli 1500 wordt door Jacob II van Horne, heer van Weert, de officiële eerste steen gelgd voor de verdere voltooiing van het nieuwe kerkgebouw. De oude kerk wordt in datzelfde jaar geheel afgebroken, wegens gebrek aan onderhoud. De verschillen tussen de 15de eeuwse en 16de eeuwse bouwfases zijn in de huidige kerk nog goed te zien in de gewelfconstructie (zie elders).
Hoezeer de Weertenaren ook begaan waren met hun monumenten, allerlei rampen bleven ook deze kerk niet bespaard. In 1566 wordt de stad getroffen door de beeldenstorm. Ook de Martinuskerk wordt niet gespaard.
Tussen 1559 en 1580 heeft zich wellicht de woeligste periode in de geschiedenis van Weert afgespeeld. Wie de kronieken van de stad leest, zal ervaren dat in deze periode de Weertenaren dachten dat de wereld, en dus ook hun stad, zou vergaan. Aardbevingen, mislukte oogsten en hongersnood werden afgewisseld door pestepidemieën, oorlogen, plundering, roof en moord.
Tegen dit decor speelde zich de hervorming af in Weert. Woelige tijden en politieke twisten duurden voort en ondermijnden het gezag van de kerk. Uiteindelijk keerde door het regelmatige bezoek van bisschop Lindanus aan weert de rust terug. Op 6 maart 1584 wijdt Mgr. Lindanus de kerk en de altaren weer in.

kerkoud

­

De Lange Jan

De toren van de Martinuskerk kent een boeiende geschiedenis. In de loop van zijn bijna vijf eeuwen geschidenis heeft de toren al vele gezichten gehad. Rond 1528 wordt de toren die bij de oude kerk hoorde afgebroken. Daarna wordt een stoere, massieve toren gebouwd. Deze is echter nooit voltooid. De toren kwam nauwelijks boven de daken van de huizen uit. Het was een in Kempische gotiek opgetrokken bouwwerk. Kenmerkend zijn de bakstenen in afwisseling met de kalksteen, de zogenaamde speklagen. Pas rond 1889 wordt door de toenmalige deken van Weert, Johannes Custers, de toren van 47 meter verlengd tot meer dan honderd meter!
Slechts een halve eeuw hield de "Lange Jan" stand, want in november 1940 velt een zware storm de torenspits. De Martinuskerk raakt licht beschadigd maar het nabij de kerk gelegen hotel "De Vesper" wordt totaal vernield.
Architect Th. Verlaan mocht, na een ontwerpwedstrijd, een nieuwe toren optrekken op de middeleeuwse basis en met gebruikmaking van delen van het metselwerk van "De Lange Jan" opbouwen. Deze toren is in 1960 voltooid. Dat stormen haar verder bespaard mogen blijven!

­

Hallenkerk


De Martinuskerk is gebouwd in een laat-gotische stijl met Rijnlandse en Maaslandse invloeden. Naast de St. Michaëlkerk in Zwolle is zij de enige oorspronkelijk in steen overwelfde hallenkerk in Nederland. Kenmerk van een hallenkerk is dat de zijschepen en het middenschip even hoog en even breed zijn. Bovendien heeft elke beuk een eigen dakconstructie. Door deze constructie ontstaat een groots ruimtelijk effect.

achterkant Sint Martinuskerk Weert waaruit blijkt dat dit een hallenkerk betreft

­

Het Interieur


De Martinuskerk kenmerkt zich door een overweldigend interieur met prachtige kunstschatten. De sacrale sfeer zorgt ervoor dat het een huis Gods blijft waar de vaste kerkganger of de toevallige passant even tot rust kan komen en vervolgens kan genieten van zoveel goed bewaarde rijkdom.
detail beeld Jezus en Maria in de Sint Martinuskerk Weert

­

De Gewelven


Wie door de hoofdingang de kerk inkomt zal ongetwijfeld als eerste geïmponeerd zijn door de gewelven en de gewelfschilderingen.
Aan de gewelven is goed te zien dat de kerk in meerdere fases is gebouwd. De gewelfconstructie van het oudste gedeelte bestaat uit eenvoudige kruisribgewelven. In het nieuwe gedeelte is een rijkere gewelfconstructie te zien. In het middenschip zijn stergewelven te zien, in de eucharistiebeuk (links van het priesterkoor) netgewelven en rechts van het priesterkoor bij het Mariakoor, ruitgewelven.
Ook aan de kapitelen zijn oud en nieuw te onderscheiden. De kapitelen op de pilaren in het nieuwe deel zijn in de vorm van een plompebladmotief gekapt, terwijl de kapitelen van de pilaren van het oudere gedeelte eenvoudiger zijn. De gewelven zelf zijn in baksteen gemetseld.
Een ander belangrijk bouwtechnisch verschil tussen oud en nieuw is de plaatsing van de wanden tussen de steunberen. In de eerste bouwfase worden deze nog zover mogelijk naar binnen geplaatst. In de jongere bouwfasen worden ze zover mogelijk naar buiten geplaatst. Daardoor ontstond tussen de steunberen ruimte voor een serie altaren.

banken en gewelven Sint Martinuskerk

­

De gewelfschilderingen

Bij de grote restauratie van 1975 worden vrij kort na de start kleursporen op de gewelven ontdekt. Na een grondige studie starten in 1976 de restauratie-werkzaamheden van deze unieke gewelfschilderingen. Pas tijdens de herstel-werkzaamheden bleek hoe rijk en fraai de schilderingen waren. In vrijwel elke gotische kerk waren gewelfschilderingen aanwezig. Deze werden later meestal overgekalkt. Ook de schilderingen in de Martinuskerk zijn overgekalkt. Gelukkig heeft de kalk een conserverende werking gehad waardoor een belangrijk deel van de gewelfschilderingen na eeuwen weer gaaf te voorschijn is gekomen.
Zo werden tijdens de herstelwerkzaamheden schilderingen blootgelegd uit 1456 en 1520. Originele rood-blauwe ribschilderingen, geelkleurige manchetschilderingen, dieren, engelen, muziekintrumenten, de vier evangelisten in een symbolische voorstelling en andere voorstellingen zijn in de gewelven te zien. Zeker vijf verschillende schilders zijn hier aan het werk geweest, hetgeen valt af te leiden uit de diverse stijlen in een enkele travee. Het unieke karakter wordt gevormd zowel door de afbeeldingen als door de tijd waarin ze zijn gemaakt. De traveeën boven de preekstoel behoren tot de mooiste van de kerk. Ze zijn rijk beschilderd met ornamenten en symbolische figuren.
Nergens in Nederland is op zo'n grote oppervlakte een dergelijke gotische beschildering aanwezig.

detail gewelfschildering Sint Martinuskerk Weert

Priesterkoor

Bijzonder fraai is het priesterkoor met hoofdaltaar. Dit classicistische werk is in 1790-1791 vervaardigd door de Italiaan Jean Marie Moretti. De halfronde vorm, de voorname doch sobere witte en gele tinten vormen in combinatie met de matwitte beelden, gevat in hun nissen, een kostbaar geheel. Aan de voet van het vergulde Christus-corpus hangend aan het houten kruis boven het hoofdaltaar, zien we de patroonheilige van de kerk, Martinus samen met de bedelaar, weer terug. Normaal wordt de plaats naast het kruis ingenomen door Maria en Johannes, maar deze zijn nu links en rechts in de nissen geplaatst.
De beelden in de nissen stellen voor:
Augustinus, Gregorius, Ambrosius en Hieronymus en vooraan de twee Weerter Martelaren van Gorkum, Hieronymus en Antonius. De beelden zijn van de hand van verschillende kunstenaars.
De 'grisailles' of grijze paneeltjes boven de beelden zijn ook opmerkelijk te noemen alsook de vermoedelijk door Moretti geschilderde blinde ramen met Romeinse stadsgezichten links en rechts boven het koor.
Niet permanent zichtbaar (alleen in de Vastentijd en de Adventperiode) is de op het priesterkoor onder het tapijt gelegen "grafzerk" van graaf Philips van Montmorency, Graaf van Horne en Heer van Weert. Hij is samen met de graaf van Egmond in 1568 in Brussel publiekelijk terechtgesteld wegens zijn verzet tegen de Spanjaarden. Het graf zelf is na onderzoek gevonden op enkele meters afstand van de grafzerk, nabij de trappen van het priesterkoor. In een tinnen bus is het hart van graaf Philips van Montmorency gevonden. Ook zijn de resten van graaf Jacob III en zijn drie echtgenotes aangetroffen.
Bijzonder zijn de op het koor geplaatste koorbanken (16de eeuw) met fraai houtsnijwerk. Zij zijn waarschijnlijk afkomstig uit een van de vele Weerter kloosters, die eind 18de eeuw allemaal zijn opgeheven.

deel koor Sint Martinuskerk

Maria-altaar

Rechts van het hoofdaltaar zien we het Maria-altaar. Het dateert uit 1912 en is vervaardigd in het atelier van de Roermondse kunstenaar Jos Thissen. Het is een typisch neo-gotisch altaar, in de stijl van rond de eeuwwisseling. In het altaar worden enkele episodes uit het leven van Maria en de heilige Familie uitgebeeld. De glas-in-lood-ramen boven het Maria-altaar laten ook taferelen uit het leven van Maria zien.
In het kleine zijkapelletje in deze Maria-beuk staat een altaar dat gewijd is aan de Weerter heiligen Hieronymus en Antonius, martelaren van Gorkum (1572).
Zij zijn ook afgebeeld in het glas-in-lood-raam in dit kapelletje. Beide Weertenaren zijn, na veel omzwervingen, op 9 juli 1572, in Den Briel door de Watergeuzen om het leven gebracht. Negentien gevangenen, waaronder de twee Weertenaren, zijn in een turfschuur opgehangen. De Martelaren van Gorkum, zoals zij de geschiedenis in gingen, zijn door Paus Pius IX in 1867 heilig verklaard vanwege hun godsdienstige en manmoedig gedrag.
Naast het kapelletje hangt een groot en zeldzaam drieluik, voorstellende de verrijzenis van Christus (1602). Het is het oude hoofdaltaarstuk van de kerk en is geschilderd door Joris de Bruyn uit Roermond.
De neo-barokke biechtstoel komt uit het Antwerpse altelier De Cuyper. David en Maria van Egypte zijn de twee boetvaardige zondaars die hier te zien zijn. Boven de biechtstoel hangt een schilderij voorstellende de Aanbidding van het kind Jezus door de herders. Het dateert uit 1761 en is van de hand van Jan van Aerde.
In deze zuiderbeuk wordt door velen de miraculeuze beeltenis van Onze Lieve Vrouw van Bijstand geëerd. Op haar voorspraak worden zieken genezen, kunnen stommen spreken en vele andere gebeden verhoord. Tot op de dag van vandaag , en meer dan ooit, komen velen naar Weert om Onze Lieve Vrouw te vereren. De Dekenale stadskerk is daarom ook het heiligdom van O.L.Vrouw van Weert. Overigens is al sinds 1404 de Venerabele Broederschap van de miraculeuze Onse Lieve Vrouwe tot Weert aan de stad verbonden.
Achter in de Mariabeuk vinden we de doopkapel met hardstenen doopvont (15de eeuw). Bovenop het koperen deksel van de doopvont staat een afgietsel (1900) van het beeld van Martinus te paard. Het origineel (15de eeuw) is verkocht en zou zich in een Brits museum bevinden. Op de doopvont zijn afbeeldingen aangebracht van de vier evangelisten, Christus symbolen en passiewerktuigen.
Het hek van de doopkapel is in 1662 geschonken door Jan van der Croon, een Weertenaar van geringe afkomst die het in de dertigjarige oorlog bracht tot Opperbevelhebber der Keizerlijke Legers in Bohemen. Het Jeruzalemkruis in zijn blazoen dankt hij aan zijn strijd tegen de Turken.
Het raam boven de doopvont en het altaarluik uit 1546 beelden de doop van Christus in de Jordaan door Johannes de Doper uit.
Vermeldenswaardig zijn ook de glas-in-lood ramen.Deze zijn begin 20ste eeuw geplaatst en zijn voor het merendeel schenkingen van bekende Weerter families. De ramen zijn onlangs gerestaureerd.
Via de middenbeuk, met zijn prachtige stergewelven, bereiken we de noorder- of eucharistiebeuk. Achter in deze beuk hangt een zeer groot houten kruisbeeld. Het stamt uit de 15de eeuw en is in Maaslandse stijl vervaardigd. Aan de uiteinden van het kruis zijn vier evangelisten afgebeeld.
Het glas-in-lood-raam achter in deze beuk is gewijd aan de patroonheilige van de kerk, de heilige Martinus.
In de laatste pilaar aan de torenzijde is een wapensteen uitgehouwen met daarop het wapen van Keulen en een passer en de letters W en L. Mogelijk is dit het huismerk van een uit Keulen afkomstige bouwmeester van de kerk.
In de tweede nis staat de Piëta ofwel de bewening van Christus (19de eeuw). Dit beeld is een waardevolle copie van een 15de eeuws beeld en is vervaardigd door Mengelberg.
In de laatste nis is tijdens een restauratie (1975) een oude 16de eeuwse muurschildering ontdekt van de heilige Jacobus. Deze bevindt zich boven een nu verdwenen altaar, dat wellicht te maken had met pelgrims uit het noorden, die op weg naar Santiago de Compostella ook Weert aandeden. Naast deze muurschildering zijn nog een tweetal andere ontdekt (18de eeuws). Hier kunt u goed zien dat de ramen verlaagd zijn, omdat de schilderingen aan beide zijden van het raam oorspronkelijk één geheel vormden. In het midden stond toen een altaar. Nu zien we daar een 18de eeuwse biechtstoel van Maastrichts houtsnijwerk. De biechtstoel wordt bekroond met een reliëf van Petrus en de haan.
Verderop staat nog een 19de eeuwse biechtstoel. Via een deurtje in de biechtstoel komt men bij een wenteltrap die naar het vertrekje boven de biechtstoel voert. Waarschijnlijk heeft deze trap dienst gedaan om op de gewelven te komen van het in 1456 gebouwde deel. Het kamertje, hoog boven de zijbeuk, zou mogelijk als archiefkamer dienst hebben gedaanof als orgelkamer. Het balkon is pas in 1934 geplaatst.
Nu komen we bij het sacrementsaltaar uit, waar het Allerheiligste wordt bewaard. Voordat het huidige hoogaltaar is gebouwd, deed het sacrementsaltaar dienst als hoogaltaar. Het kwam in 1739 in de plaats van het drieluik met de verrijzenis, dat nu elders in de kerk hangt. Twee prachtige adorerende engelen uit hout gesneden (19de eeuws) flankeren het geheel.
Uiteindelijk komen we weer terug bij het hoogaltaar. Kijk van hieruit eens richting hoofdingang en let eens op het royale karakter van de kerk, de prachtige gewelfschilderingen, de mooie 17de eeuwse preekstoel en het oksaal met een groots orgel van de Gebr. Vermeulen uit Weert. De kerk is overigens nog een tweede koororgel rijk.
Deze St. Martinuskerk is waarlijk een kerk om vaak te bezoeken. Niet alleen vanwege de uiterlijke pracht en praal, maar wellicht ook voor een moment van bezinning.

Onze Lieve Vrouwe van Bijstand Weert

De Weerter beiaard

De dekenale hallenkerk is niet alleen uniek door zijn bouw en zijn prachtige interieur, maar ook door de aanwezige beiaard, hoog in de torenlantaarn.
De plannen voor een carillon dateren al van voor de Tweede Wereldoorlog. De vier aanwezige luidklokken zouden de basis vormen voor het klokkenspel. Twee van deze luidklokken dateren uit 1692 (één hergoten in 1912). De andere twee zijn in 1949 gegoten als vervanging voor twee door de Duitse bezetters meegenomen luidklokken.
In juni 1959 is na een inzamelingsactie onder de Weerter bevolking, aan Petit & Fritsen opdracht gegeven voor het gieten van 39 carillon-klokken. Op 21 februari 1960 speelde het carillon voor het eerst. Door middel van een bandspeelwerk speelt het sinds die tijd elk half uur, net voor de tijdslagen.
Na de installatie van dit automatische carillon is de hoop op een volwaardig muziekinstrument nooit opgegeven. Om aan de oorspronkelijke wens van velen te voldoen, een handbespeeld carillon, is met steun van particulieren en de gemeente een actie ondernomen om het geheel te realiseren. De klokken zijn anders gerangschikt en van klepels en nieuwe hamers voorzien. De hiaten tussen de bestaande luidklokken en het automatische carillon zijn opgevuld met vier nieuwe klokken. Op 3 oktober 1992 is de nieuwe beiaard feestelijk in gebruik genomen.
Toch bleek al spoedig dat de twee oude historische klokken niet geheel pasten in het vernieuwde carillon. Om verder invulling te geven aan de muzikale wensen van de stadsbeiaardier en de vele 'Vrienden van de Beiaard', wordt een nieuw initiatief genomen om enkele nieuwe klokken aan de beiaard toe te voegen, en de detonerende klokken te vervangen.
De heer E.S. Raatjes uit Soest nam het voortouw om de beiaardcultuur van Weert nieuw leven in te blazen. De Weerter Beiaard moest tot een volwaardig concertinstrument uitgroeien en gaan behoren tot de top van Europa. Tussen initiatief en uitvoering lagen slechts enkele maanden. Vier nieuwe klokken met een gezamenlijk gewicht van 9 ton zijn aan de Weerter gemeenschap aangeboden. Ook is de hele beiaard omgebouwd met een nieuw tuimelaarsysteem.
De twee oude 'valse' klokken zijn uit de toren gehaald en zijn en zijn thans geplaatst achter in de kerk waar ze tijdens de erediensten dienst doen als consecratieklok.
Eén van de nieuwe klokken die aan de beiaard is toegevoegd, vermeldt in het Latijn zijn opdracht:"….geschonken aan de Weerter bevolking, heb ik de opdracht aan eenieder die mij hoort, boodschappen van het goede over te brengen". De naam van de klok is Bourdon du Bonheur (Grote klok van het geluk). Deze klok, met een gewicht van ca. 4000 kg, verzorgt de tijdslagen en luidt bij grote feesten apart.
Naast het vervolmaken van de beiaard is ook een natuurgetrouwe replica van de torenlantaarn met het klokkenspel gemaakt. Het ruim vijf meter hoge model staat achter in de kerk. Na muntinworp kan een keuze gemaakt worden uit verschillende melodieën. De replica is een moderne variant van de Grandes Horloges van de Franse Kathedralen.
Op Sacramentszondag, 16 juni 1996, wordt deze replica samen met de consecratieklokken voor het eerst in werking gesteld. De volledige vernieuwde computergestuurde beiaard met in totaal 49 klokken met een gezamenlijk gewicht van ruim 20 ton, is een verrijking voor de kerk en de stad Weert. Overdag voegen de klanken een extra dimensie toe aan de sfeer in de stad. In de avond en nacht vormt de lantaarn door een uitgekiende verlichting een symbolisch baken in de duisternis.

Martinus: vrijgevig soldaat

Martinus werd omstreeks het jaar 316 geboren in Hongarije, als zoon van een magistraat. Al vrij jong trad hij in dienst als soldaat in het leger. Toen hij op een koude winterdag voor de stadspoort van Amiëns een halfgeklede bedelaar zag sneed hij met zijn zwaard zijn rode soldatenmantel in tweeën en gaf een helft aan de bedelaar. Korte tijd later verscheen Christus hem in een droom. Hij vertelde dat Hij de bedelaar was aan wie Martinus de mantel had gegeven. Hij was toen achttien jaar. Later werd Martinus Bisschop van Tours. Hij stierf in het jaar 397.

Sin Maarten vrijgevig soldaat

Omschrijving orgel Dekenale Kerk Sint Martinus

Het orgel is in 1942 door de in 1730 opgerichte firma Gebr. vermeulen uit weert gebouwd. Het orgel heeft drie manualen met vrij pedaal en is gebouwd naar het electro-pneumatisch kegelladensysteem en heeft momenteel de navolgende dispositie:
Manuaal 1 Hoofdwerk (C-g''')
Bourdon 16'
Prestant 8'
Open Fluit 8'
Bourdon 8'
Prestant 4'
Fluit 4'
Octaaf 2'
Mixtuur 4-6 sterk
Cornet 5 sterk
Trompet 8'
Klaroen 4'

­

Manuaal II Positief (C-g''')
Diapason 8'
Roerfluit 8'
Prestant 4'
Fluit 4'
Octaaf 2'
Kwint 2 2/3'
Terts 1 3/5'
Mixtuur 4 sterk
Trompet 8'
Kromhoorn 8'

Manuaal III Recit (in zwelkast, C-g''')
Prestant 8'
Wilgenpijp 8'
Voix celeste 8'
Holpijp 8'
Prestant 4'
Fluit 4'
Woudfluit 2'
Nachthoorn 1'
Veldtrompet 8'
Schalmei 8' (Basson-hobo)

Pedaal (C-f')
Contrabas 16'
Subbas 16'
Octaafbas 8'
Gedektbas 8'
Kwint 5 1/3 '
Octaaf 4'
Kwint 2 2/3'
Octaaf 2'
Ruispijp 4 sterk (mixtuur)
Bazuin 16'
Trompet 8'
Trompet 4'

Manuaal- en pedaalkoppelingen , sub-octaaf-koppelingen,
Er is een trede voor het zwelwerk en een voor het generaal regsitercrescendo. Er zijn twee vrije combinaties, waarvan de tweede is een zgn. deelbare combinatie.
Het in 1942 gebouwde orgel verving het oude orgel (mogelijk gebouwd door Le Picard), dat tijdens een hevig onweer zeer aanzienlijke waterschade had opgelopen. Een aantal van de registers van het oude orgel (o.a. Bourdon 16' en 8' en Cornet van het hoofdwerk) is opnieuw gebruikt.
Het orgel is in 1990 technisch hersteld: alle versleten membranen zijn door nieuwe vervangen, terwijl er een belangrijke dispositie-wijziging cq toevoeging heeft plaatsgevonden.
De dispositiewijziging hield in:
Op het hoofdwerk werd het octaaf 2' toegevoegd,
Op het positief werd de Schalmei 4' vervangen door een Kromhoorn 8'
Op het recit werd het register Cumbel 4 sterk verwijderd: daarvoor in de plaats werd een Prestant 4' geplaatst; de kromhoorn 8' werd vervangen door de Schalmei 4' van het positief, die werd uitgebouwd tot een 8-voets register.
Op de pedaal werd de Ruispijp 4' sterk vervangen door een Mixtuur 4 sterk
de drie tongwerkregisters van het pedaal zijn aanmerkelijk krachtiger geworden.
Het orgel is sterk romantisch geintoneerd en helder van klank en is daardoor uitermate geschikt om daarop de grote franse romantische orgelwerken te spelen.
De huidige organiste is sedert 1978 Helene Vermeulen-Huijts, schoondochter van de bouwer. Zij behaalde in 1980 na haar conservatoriumopleiding (leraar: Jean Wolfs) de Prix d'Excellence. Nadien, in 1980-1981, heeft zij vervolgens bij Jean Langlais in Parijs gestudeerd, ten einde zich vooornamelijk in de uitvoeringspraktijk van de franse romantische orgelwerken te specialiseren.

Orgel in 1942 door  firma Gebr. Vermeulen uit weert gebouwd

sitemap contact locaties beheer